De V.O.C. De eerste multinational ter wereld

De V.O.C. De eerste multinational ter wereld

De Verenigde Oostindische Compagnie was de eerste multinational ter wereld. Haar bestaan besloeg bijna twee volle eeuwen, van 1602 tot 1796. Dankzij een grote vloot en een enorm kapitaal wist de V.O.C. tussen Europa en Azië een centraal gestuurd netwerk te onderhouden dat efficiënter was dan dat van de concurrentie.


De expansie

De Staten van Holland streefden naar een centraal geleide handelsonderneming die, naar het voorbeeld van andere Europese naties, een belangrijke vinger in de pap zou moeten krijgen in de handel in specerijen in Oost Azië. Algemeen werd de overtuiging gedeeld dat deze handel winstgevend was. Om die reden werden er tal van expedities opgezet teneinde de mogelijkheden te verkennen. Vrij snel daarna kwamen de Staten tot de conclusie dat het gewenste doel slechts succes zou hebben als er een centrale organsatie werd opgezet. Deze organisatie zag in 1603 het levenslicht. Het werd de Verenigde Oostindische Compagnie. De organisatie kende een bestuur dat werd afgevaardigd uit de Zeeuwse en Hollandse steden waarvan Amsterdam verreweg de belangrijkste was.

In het beleid van de Heeren XVII, zo heette het centraal bestuur, stond de "eis der retouren" centraal, een efficiënt en flexibel systeem van schepen die van en naar de Oost voeren. Nadat, al dan niet met geweld, belangrijke handelsposten werden gesticht en en passant de Portugezen uit die gebieden werden verdreven, ontstond het begin van wat later een omvangrijk handelsimperium zou worden.

De nieuwe handelsonderneming zette een efficiënt werkend distributiesysteem op dat na verloop van tijd een doorslaand succes bleek te zijn doordat zij het monopolie wist te verwerven voor tal van specerijen en textiel.
De V.O.C. vormde een bestuurssysteem dat bijna statelijke proporties aannam. Zo kon de V.O.C. naar eigen inzicht handelscontracten afsluiten en oorlogen voeren.

Kort na de oprichting van de V.O.C. werd het noodzakelijk geacht in Oost Indië een centrale stapelplaats op te richten, die de handel in Oost Azië zou controleren. Vanwege haar stategische positie was Batavia daarvoor de aangewezen plek. Vanuit die stad werd de intra-Aziatische handel verder uitgebouwd. Er werden handelsposten gesticht die onder controle kwamen van de V.O.C. Zij bestreken bijna de gehele kustlijn van Zuid- en Oost-Azië. Aan het hoofd van het V.O.C.-filiaal in de Oost werd een Gouverneur-generaal benoemd, die weliswaar onderhorig was aan het bestuur van de compagnie, maar die zich daar in de praktijk weinig van aantrok





Vestiging van de macht en verval

Oost-Indië bestond uit een verzameling kleinere koninkrijkjes die sterk op de overzeese handel waren geörienteerd. Daardoor waren zij in hoge mate afhankelijk van de commerciële em maritieme macht van de V.O.C. Deze eilandenrijkjes stonden bekend om hun rijke bezit aan specerijen. In het begin van de 17e eeuw werden een aantal van deze eilanden veroverd op de Portugezen. De compagnie koos na de aanvankelijke agressieve koers vaker voor een diplomatieke optie. Het resultaat ervan was dat de contacten met de vorsten in India, China, Perzië, Bengalen en Japan gunstige handelscontacten opleverden.

Aan het eind van de 17e eeuw stond de V.O.C. op het hoogtepunt van haar macht. Het was tevens het hoogtepunt van de Gouden eeuw in de Nederlanden. Vanaf circa 1690 begonnen de winsten echter plaats te maken voor verliezen. Hoewel de inkomsten op een hoog peil bleven, stegen de uitgaven in toenemende mate daar bovenuit.

Indrukwekkende cijfers over de scheepvaart, het personeelsbestand en de handelsomzet bevestigen het beeld van de V.O.C. als `s werelds grootste handelsonderneming in de 17e en 18e eeuw. Zij genoot een haast onaantastbare macht. Zelfs een belangrijke zeemacht als Engeland moest het afleggen tegen het kapitaal en de vloot van de V.O.C. Gelokt door de gunstige perspectieven, voelden velen zich aangetrokken door rijkdommen die in de Oost te verdienen vielen.
Vanuit de Republiek vertrokken in de jaren 1602 tot 1795 in totaal 973.000 personen naar Azië. Voor die tijd een enorme hoeveelheid. Tweederde deel van de naar de Oost vertrokken emigranten vestigden zich er blijvend.

De compagnie had in haar hoogtijdagen een geweldige hoeveelheid personeel in dienst, hetzij als bestuursambtenaar, hetzij als zeemanof soldaat. De leef- en arbeidsomstandigheden op de schepen waren echter ronduit slecht te noemen. Als het scheepspersoneel al niet stierf tijdens de reis dan was het wel in Oostindië waar men ten prooi viel aan inheemse ziekten. Al met al kwam dit niet ten goede aan de kwaliteit van de handelsorganisatie.

De Vierde Engelse Oorlog wordt wel beschouwd als een bepalende factor in de ondergang van de V.O.C. Het betekende in ieder geval het einde van het specerijenmonopolie. Daarnaast waren andere factoren bepalend voor de neergang van de V.O.C. zoals de veranderende situatie in Azië zelf en het wanbeleid van de bestuurders. Aan het eind van de 18e eeuw was de financiële positie van de compagnie uitzichtloos geworden. Het "Decreet tot vernietiging" dat werd uitgevaardigd betekende feitelijk het einde Van de V.O.C. De compagnie liet een schuldenlast na van fl. 219.000.000,-


De V O C Deel I Het eerste multinationale handelsmonopolie
De Verenigde Oostindische Compagnie was de eerste grote handelsonderneming ter wereld. Haar bestaan besloeg bijna t…
De V O C Deel II Vestiging van de macht
De Verenigde Oostindische Compagnie was de 1e multinationale handelsorganisatie ter wereld. Haar bestaan besloeg bi…
De V O C Deel III Het handelsimperium op zijn retour
De Verenigde Oostindische Compagnie was de 1e multinational ter wereld. Haar bestaan besloeg bijna twee volle eeuwe…